Co-creatieworkshop met wasserijsector

Onze eerste co-creatieworkshop vond plaats op donderdag 28 februari aan de Universiteit Gent in Kortrijk. Dit was in samenwerking met de wasserijsector, de federatie FBT, VLAKWA, Ecolab (leverancier van chemicaliën en zepen) en het KO-Water team van watercircle.be. Het opzet van de co-creatieworkshop was, zoals altijd, om via dialoog tussen de verschillende partijen te komen tot mogelijke oplossingen voor ieder zijn vragen. In deze discussie werden verschillende thema's besproken. Hieronder een samenvatting van de besproken onderwerpen.

Regenwater:
Een courant probleem bij het aanwenden van regenwater is verkleuring. Deze wordt onder andere veroorzaakt door humuszuren. In dit geval bevatte het regenwater veel van deze organische zuren, dat wordt behandeld met een sulfaatdosering, met hogere sulfaatgehaltes in het afvalwater tot gevolg. Alternatieven die voorgesteld werden, waren ionuitwisseling of elektrocoagulatie om de kleur te verwijderen. Het verwijderen van bitumen uit regenwater kan niet via elektrocoagulatie worden verwijderd en veroorzaakt hierdoor moeilijkheden. Bitumen kunnen echter wel verwijderd worden met actieve kool. Om een continu systeem te bereiken, wordt bovendien best geopteerd voor twee actief koolfilters in parallel geschakeld. Het knelpunt hier is de kosten-baten analyses tussen de kosten van actief kool ten opzichte van het gebruik van regenwater. Gezien actief kool verschillende toepassingen heeft in de verwijdering van vervuiling, is het een afweging die situatieafhankelijk moet worden bekeken.

De regenwaterput moet beschermd worden tegen microbiële groei. Om deze put te beschermen kan er onder andere chloor gedoseerd worden. Chloor doodt micro-organismen af en kan de kwaliteit helpen bewaken tijdens het stockeren van regenwater. Indien er toch microbiële groei ontstaat in de onderwatertank, krijg je deze er nooit nog uit! Daarom worden hedendaagse regenwaterputten bekleed met epoxy hars. Dit materiaal heeft een uitermate glad oppervlak, zodat microbiotica zich moeilijk kunnen vasthechten aan het oppervlak. Biofilm- en slijmvorming maken zo minder kans.

Proceswater:

Water is een grondstof in de wasserij. Micropolluenten in deze grondstof hebben een invloed op het productieproces en het afvalwater. Het analyseren van initiële waterbronnen kan een antwoord bieden op de vraag waar specifieke polluenten vandaan komen. Deze kunnen teruggevonden worden in chemicaliën die gebruikt worden tijdens de productie en afvalwaterzuivering, op de (vervuilde) was, maar worden soms met het grond- , regen- of leidingwater mee het bedrijf in gebracht. Een voorbeeld hiervan is de aanwezigheid van chloroform in leidingwater. Indien kan worden aangetoond dat de overschrijdende concentraties afkomstig zijn van de drinkwaterleverancier, kan dit verhaalt worden op deze leverancier. 

Kobalt is een polluent die steeds vaker door de milieuinspectie wordt gecontroleerd en niet wordt gebruikt in de wasserijen. De bron van deze polluent werd teruggetraceerd naar de productie in lageloonlanden, waar kobalt wordt gebruikt om witte polyester te maken. Wanneer kledij gemaakt van witte polyester wordt gewassen, komen deze micropolluenten vrij en bijgevolg in de waterzuivering terecht.

Bij proceswaterbereiding is het opportuun om te bekijken welke kwaliteit vereist is voor het betreffende productieproces. Soms worden er teveel bruikbare ionen aan waterstromen onttrokken via een omgekeerde osmose (RO). Dit heeft een negatief effect op de hoeveelheid energie die moet gebruikt worden voor het opwaarderen van water. Daarom kan het zinvol zijn om de RO-installatie door een nanofiltratie (NF) installatie te vervangen. NF laat éénwaardige ionen door, maar tweewaardige niet (bv. hardheid ionen zoals Ca en Mg) en verbruikt veel minder energie. Afhankelijk van de toepassing kan een techniek worden gekozen.

Hergebruik van afvalwater:
Het type hergebruik besproken in de co-creatie was deze van MBR-RO. Een probleem dat werd aangekaart, was ijzerneerslag op de membranen door het mengen van grondwater, regenwater en afvalwater in de MBR. Toch kan het voordelig zijn deze stromen te mengen, aangezien er dan geen voorbehandelingen meer nodig zijn voor het behandelen van grond- en regenwater. Dosering van polyaluminiumchloride (PAC) kan er voor zorgen dat ijzer, calcium en andere ionen gaan neerslaan en kunnen worden verwijderd. Door op deze manier aan hergebruik te doen, is de concentratie ijzer op de membranen veel lager, gezien het grondwater wordt verdund met afval- en regenwater.

Stikstof in het effluent:

Vervolgens werd de problematiek rond effluent behandeld. Bij het meten van overschrijdende waarden van stikstof in het effluent zijn twee mogelijke oorzaken besproken:

  • Het doseren van ureum in de biologie verloopt niet optimaal. Optimaliseren kan enerzijds door de dosis te verlagen en anderzijds de sturing van de dosering te koppelen aan de influentpomp in plaats van de effluentpomp. Dit wil zeggen, als de influentpomp stopt met afvalwater in de biologie te pompen, ook de dosering van ureum stopt. Zo wordt er sneller ingespeeld op operationele veranderingen.
  • Er wordt continu belucht. Dit zorgt voor onvoldoende denitrificatie. Deze biochemische reactie wordt namelijk uitgevoerd door bacteriën die een zuurstofarme omgeving verkiezen en zet nitraten om in stikstofgas, dat verdampt uit de biologische zuiveringsinstallatie.

In de meting van de totale fosfor concentratie worden ook fosfonaten gemeten. Deze kunnen afkomstig zijn van wasmiddelen. Fosfonaten worden niet afgebroken in een MBR of biologie. Daarom veranderen van wasmiddelen met enkel fosfor.

Slib:

Als laatste onderwerp in de co-creatie werd slib besproken. Het ophalen van slib is een grote kost en gebeurt niet altijd efficiënt. Zo wordt er bijvoorbeeld aangerekend per container, onafhankelijk van de hoeveelheid slib. De redenering van bedrijven is daarom om deze containers zo volledig mogelijk te vullen met het risico dat er te veel slib verwijderd wordt. Wanneer de biologische zuivering te weinig slib bevat, heeft ze enige tijd nodig om zichzelf te herstellen en zal ze niet optimaal functioneren. Dit kan tot gevolg hebben dat stikstof-, fosfor- en COD-concentraties oplopen, met overschrijdingen van de normen bij lozing. Het is daarom aangewezen om een aparte slibtank te installeren. Daarbij kan het slib gradueel aflopen naar de tank. Daarenboven kan het slib door een mobiele (kan worden gehuurd) of permanenten slibontwateringsinstallatie (bv. filterpers, centrifuge of slibband indikker) gehaald worden om zo de concentratie vaste stof te verhogen. Voordeel hiervan is dat de transportkost kleiner wordt en bij hergebruik is er meer water ter beschikking uit de MBR.

Na de interessante discussie was het tijd om een innovatietrekker te bezoeken. Klaratex te Wevelgem is een wasserij die in samenwerking met Vlakwa een MBR-RO heeft gebouwd, gesteund door subsidies van een Open Call project. Het verslag van dit bezoek vind u hier.

Na de broodjeslunch gaf Veerle Depuyd (Vlakwa) een presentatie over subsidietrajecten en Open Calls getiteld 'Steunkanalen voor opleidingen, advies en investeringen'.