Activiteiten 2016

6 december 2016 : Workshop Micropolluenten

De workshop Micropolluenten ging door in het Serwirhotel in Sint-Niklaas op 6 december en had als doel een beter inzicht te krijgen in de maatregelen die op korte termijn zullen genomen worden ten aanzien van micropolluenten in drink- en afvalwater. Dit kan een basis vormen voor collectieve onderzoeksonderwerpen.


De inleidende presentaties tot het thema kan u hier bovenaan raadplegen.
Voorafgaand aan de workshop kregen de deelnemers de mogelijkheid tot het indienen van vragen. Deze vragen werden ingedeeld in vier thema’s en de discussie werd vervolgens gevoerd per thema. Hieronder worden de voornaamste conclusies samengevat.


Beleid en wetgeving

  • De Vlaamse wetgeving volgt het Europese beleid wat betreft de normen voor micropolluenten en gaat zelf geen initiatief nemen. Momenteel is er geen tendens tot gold-plating tegenover Europa.
  • Op basis van de metingen worden studies gedaan om te kijken waar zich het grootste risico bevindt.
  • Er wordt onderzoek gedaan naar de relevantie van verwijdering.
  • Men wil meer weten over de technische mogelijkheden en de kostprijs van verschillende verwijderingstechnieken.
  • In Zweden wordt er sterk gefocust op bronmaatregelen en wordt een end-of-pipe oplossing echt als laatste redmiddel beschouwd. Vlaanderen zou ook moeten focussen op een aanpak aan de bron.
  • De lobby van de farmaceutische industrie is een belangrijke parameter die niet over het hoofd mag gezien worden. De volksgezondheid is nog steeds belangrijker dan de impact op het milieu. Het op de markt brengen van medicijnen is een federale bevoegdheid, geen Vlaamse. In de bijhorende risico-analyse is de factor ‘milieu’ te beperkt aanwezig, er is geen echt orgaan in Vlaanderen dat zich daar rond bekommert.
  • Het is belangrijk om de bevolking te sensibiliseren om selectief in te zamelen en zo de problemen aan de bron op te lossen.

 

Meten en normen

  • Er is een tendens om de toxische effecten van mengsels in het geheel te bekijken in plaats van de aparte stoffen, dus op basis van effect gebaseerde metingen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat er sprake is van toxiciteit, zelfs al zijn de aparte stoffen onder de norm.
  • Er is een evolutie naar het gebruik van werkingsspecifieke testen, die gevoelig zijn voor hormoonverstoring, neurotoxiciteit en genotoxiciteit, als vervanging voor ecotoxicologische testen. Dit omdat deze in vitro testen goedkoper en sneller zijn dan de in vivo testen.
  • De klassieke chemische aanpak is niet vol te houden voor micropolluenten. We moeten evolueren naar praktisch haalbare testen, waarin chemie en biologie worden geïntegreerd. Verder, wat is de doelstelling? Moeten we effectief naar een nulverwijdering? Wat is het aanvaardbare niveau? Het is belangrijk om de juiste limieten te bepalen.
  • Er is nood aan een geïntegreerde aanpak in functie van de doelstelling. De discussie daarrond moet
    gevoerd worden met alle betrokken partners, zowel met de overheid als kennisinstellingen en
    bedrijven.
  • Illegale drugslabo’s zorgen voor pieken in concentratie micropolluenten.

 

Focus

  • Het is niet altijd duidelijk wie de verantwoordelijkheid draagt voor de aanwezigheid van een
    bepaalde component. Daarnaast hangt het sterk af van de component in kwestie. Gemiddeld gezien
    komt er 10% van ziekenhuizen en 90% van huishoudens.
  • Het gaat om een zeer brede range van componenten, het is onmogelijk om alles te meten.
  • Ook de landbouw is verantwoordelijk voor het brengen van micropolluenten in het milieu.


Technologieën en kosten

  • De kostenefficiëntie moet beter in kaart worden gebracht.
  • Het probleem met onderzoek nu is dat er veel partiële conclusies zijn, er is geen eenduidige visie. 
    Studies zijn vaak te kleinschalig en niet rechtstreeks van toepassing op de plaatselijke situatie.
  • Wat met partiële AOP en biologie?
    De biologische verwijdering van medicijnen bedraagt slechts 10-15%. Bij een uitgevoerd Tetraproject
    werd er na biologische zuivering wel een daling bij effect gebaseerde testen vastgesteld.
  • Kan een MBBR een oplossing bieden d.m.v. een verhoogde SRT?
    Partiële oxidatie is niet zeer efficiënt. Micropolluenten zijn de laatste jaren hydrofieler geworden waardoor ze minder door membranen
    tegen worden gehouden. De verhoogde Slibretentietijd lijkt hierdoor geen bijkomend voordeel te
    bieden.


Follow-up

  • Deze workshop kan de aanzet zijn voor een verdergaand debat omtrent de problematiek van
    micropolluenten. Alle betrokken partijen zijn bereid de discussie verder te zetten en naar oplossingen
    te zoeken.

 

 

www.watercircle.be maakt gebruik van cookies. Door verder te surfen gaat u expliciet akkoord met het gebruik van deze cookies.